Millenniumdoelstellingen

Van Wikipedia  (d.d. 22 augustus 2007)

De millenniumdoelstellingen, ofwel United Nations Millennium Development Goals, zijn een aantal doelstellingen waarvan alle 191 VN-lidstaten hebben aangegeven dat ze deze willen bereiken. De United Nations Millennium Declaration, ondertekend in september 2000, verbindt de leden hieraan. De Millenniumdoelstellingen zijn samen te vatten in een achttal doelen, tenzij anders vermeld moeten deze doelen worden behaald in 2015. Vergelijkingen, zoals in doel ťťn, worden gedaan tussen 2015 en 1990.

Inhoud

 

Doelen

1. Het uitbannen van armoede en honger

2. Het bereiken van een universele basiseducatie

[3. Gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen

4. Kindersterfte tegengaan

5. Het tegengaan van moedersterfte

6. Het uitbannen van HIV/AIDS, malaria en andere ziekten

7. Het verzekeren van een duurzame omgeving

8. Het ontwikkelen van een wereldwijde samenwerking voor ontwikkeling

Voortgang en stand van zaken

Elk jaar publiceert de Verenigde Naties een rapport met daarin de voortgang van de millenniumdoelstellingen. De onderstaande gegevens zijn, tenzij anders vermeld, gebaseerd op 2005.

1. Het uitbannen van armoede en honger

In 1990 waren er 1,2 miljard mensen die leefden in extreme armoede, dus van minder dan een dollar per dag. In 2005 zijn er echter nog steeds 1 miljard mensen die leven in extreme armoede, daarnaast lijden 800 miljoen honger of is er sprake van ondervoeding.

Vooral in AziŽ is er sprake van een sterke daling van armoede. Het aantal mensen dat leeft van minder dan een dollar per dag is tussen 1990 en 2001 met bijna een kwart miljard gedaald. Dit is mede te danken aan de economische ontwikkeling in deze regio en dan met name in India en China. Echter in sub-Sahara Afrika is er sprake van achteruitgang. Het gemiddelde inkomen van mensen die leven van minder dan een dollar per dag is namelijk gedaald.

In Oost- en Zuid-Oost AziŽ is er sprake van een sterke daling van het aantal mensen dat honger lijdt. Maar ook met betrekking tot honger is er niet slechts verbetering. In de regio's die hier het zwaarst onder lijden, Zuid-AziŽ en sub-Sahara Afrika is het aantal mensen dat honger lijdt met vele tientallen miljoenen mensen gestegen.

Inspanning om honger en armoede te bestrijden lijden vaak onder natuurrampen en conflicten. Andersom leidden honger en armoede ook vaak tot situaties waarin conflicten niet ondenkbaar zijn. De meeste slachtoffers van grootschalige conflicten tussen 1994 en 2003 zijn gevallen in sub-Sahara Afrika en in West en Zuid-AziŽ. Dit zijn tevens de gebieden waar men zwaar onder honger en armoede lijdt.

2. Het bereiken van een universele basiseducatie

Een belangrijk onderdeel van de basiseducatie is het voltooien ervan. Het gaat in de doelstellingen niet slechts om het volgen van onderwijs maar bovenal om het voltooien ervan. Dit laatste wordt bemoeilijkt door bijvoorbeeld Aids. Hierdoor verliezen veel kinderen hun leraar of moeten ze thuis helpen als ťťn van de ouders ziek wordt.

Op het moment zijn er ongeveer 115 miljoen kinderen die in de leeftijdsgroep zitten om basisonderwijs te volgen, maar dit niet doen. Vooral in sub-Sahara Afrika, in Zuid-AziŽ en in Oceania is vooruitgang te boeken op het volgen van basisonderwijs. Het volgen van basisonderwijs is sterk gerelateerd aan het inkomen van de ouders. De kinderen met ouders in de groep van 20% armsten volgen 3 keer minder vaak basisonderwijs dan kinderen met ouders in de rijkste 20%. In bijna alle 'ontwikkelingslanden' voltooien meer jongens dan meisjes basisonderwijs.

3. Gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen

Aan gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen moet nog hard gewerkt worden. Gemiddeld volgen ongeveer 95 meisjes op 100 jongens basisonderwijs. Dit verschil wordt echter groter in hoger onderwijs, zoals bijvoorbeeld het voortgezet onderwijs.

Vrouwen hebben minder vaak een betaalde baan dan mannen. In Zuid en West-AziŽ en Noord-Afrika is dit verschil het grootst. Hier is ongeveer 20% van de betaalde werknemers een vrouw. Daarnaast werken gemiddeld meer vrouwen in banen met een lage 'status' en verrichten zij meer onbetaald werk dan mannen. Het verschil tussen mannen en vrouwen is vooral groot in hoge posities. Hier is sprake van een verbetering tussen 1990 en 2005, maar nog steeds is gemiddeld minder dan 20% van de parlementsleden een vrouw. Rwanda is hier een zeer positieve uitschieter, sinds de verkiezingen in 2003 is 49% van de parlementsleden een vrouw. Geen enkel ander land is dichter bij een gelijke verdeling gekomen.

4. Kindersterfte tegengaan

Jaarlijks sterven bijna 11 miljoen kinderen voor hun vijfde verjaardag, dit zijn er ongeveer 30 000 per dag. Het grootste deel van deze kinderen leeft in 'ontwikkelingslanden' en hun dood had in veel gevallen voorkomen kunnen worden door vaccinatie tegen of behandeling en preventie van ziekten. Denk hierbij aan vaccinatie tegen de mazelen, antibiotica of behandeling tegen uitdroging bij diarree.

De meeste kinderen sterven in sub-Sahara Afrika en in Zuid-AziŽ met resp. 172 en 90 sterfgevallen per 1000 levendgeborenen. Ter vergelijking, in Europa sterven er gemiddeld 21 kinderen per 1000 levendgeborenen. In sub-Sahara Afrika is het sterfgetal gedaald van 185, in 1990, naar 172, in 2003, per 1000 levendgeborenen. Hier is dus nog een lange weg te gaan om het millenniumdoel te bereiken. Ditzelfde geldt voor Zuid-AziŽ, maar hier is wel sprake van een grotere daling, zowel absoluut als relatief, van het aantal sterfgevallen tussen 1990 en 2003.

5. Het tegengaan van moedersterfte

Jaarlijks sterven een half miljoen vrouwen bij de geboorte van hun kind. Een veelvoud van dat aantal raakt ernstig gewond of raakt deels gehandicapt tijdens de geboorte van hun kind.

Landen die reeds een laag moedersterftecijfer hebben, hebben hier nog meer vooruitgang geboekt. Er is echter weinig vooruitgang geboekt in landen met een hoog moedersterftecijfer. Om dit te bereiken, moet de aanwezigheid van doktoren, verpleegkundigen of vroedvrouwen bij geboortes verhoogd worden. Deze mensen kunnen complicaties voorkomen en herkennen en weten hoe ze bij complicaties moeten handelen. Daarnaast moeten vrouwen, zo nodig, op tijd een ziekenhuis kunnen bereiken als er complicaties optreden.

6. Het uitbannen van HIV/AIDS, malaria en andere ziekten

Naar schatting waren er in 2004 39 miljoen mensen geÔnfecteerd met HIV. Daarnaast neemt het aantal geÔnfecteerden nog steeds toe. Thailand en Oeganda hebben hier echter wel vooruitgang geboekt. Zij hebben de spreiding van HIV kunnen stoppen en het aantal geÔnfecteerden neemt daar af. Echter in Europa en delen van AziŽ neemt de spreiding van HIV zeer sterk toe. In Europa was in 1990 0,03% van de bevolking tussen 15 en 49 jaar besmet met HIV, in 2004 was dit opgelopen tot 1,2%.

Aangezien HIV/AIDS niet te genezen is, zal men zich vooral moeten richten op preventie hiervan. Het grootste probleem hierbij is voorlichting. Veel mensen weten niet hoe ze zelf besmetting kunnen voorkomen. Dit verklaart waarom een groot deel van de jonge mensen geen condoom gebruikt tijdens seks. Echter ook met behandeling valt nog grote vooruitgang te boeken. Behandeling verlengt namelijk de levens van besmette mensen en verkleint de kans dat zwangere vrouwen HIV doorgeven aan hun kinderen. Op het moment ontvangt slechts een klein deel van de besmette mensen de benodigde behandeling, vele miljoenen mensen ontvangen geen behandeling.

Ook op het gebied van andere ziekten moet nog veel vooruitgang worden geboekt. Zo sterven er jaarlijks 1 miljoen mensen aan Malaria en 1,7 miljoen mensen aan Tuberculose. Het verspreiden van muskietennetten, behandeld met insecticiden, is ťťn van de belangrijkste methodes om Malaria te voorkomen. Daarnaast zijn er nieuwe medicijnen voor deze ziekte ontwikkeld die steeds beter beschikbaar zijn in gebieden waar de ziekte voorkomt.

7. Het verzekeren van een duurzame omgeving

Veel landen hebben toegezegd in overheidsbeleid rekening te houden met duurzame ontwikkeling. Echter de resultaten hiervan laten te wensen over. De grootte van beschermde natuurgebieden neemt toe, maar nog steeds sterven diersoorten uit en verdwijnen hun leefgebieden. Eťn van de grootste problemen is echter de uitstoot van broeikasgassen, de grootste uitstoot hiervan komt uit de rijkere landen, hoewel de gevolgen alle landen treffen. Vandaar dat er veel internationale samenwerking nodig is om duurzame ontwikkeling te bewerkstelligen. Dat dit mogelijk is, is met het probleem met de ozonlaag gebleken. Het gebruik van stoffen die schadelijk zijn voor de ozonlaag is tussen 1990 en 2002 drastisch gedaald.

Op het gebied van toegang tot schoon drinkwater is in de jaren negentig sterke vooruitgang geboekt. Vandaag de dag zijn er echter naar schatting nog steeds 1 miljard mensen die geen toegang hebben tot schoon drinkwater en een geschatte 2,6 miljard mensen die geen toegang hebben tot toiletten en dergelijke. Op dat gebied is dan ook nog een sterke inzet nodig voor verbeteringen.

Tussen 1990 en 2001 is het aantal sloppenwijkbewoners met ongeveer 200 miljoen mensen gestegen dit brengt het aantal sloppenwijkbewoners op ongeveer 1 miljard mensen, mede hierom is er verbetering nodig van de drinkwatervoorziening en volksgezondheid. In sloppenwijken is vaak sprake van overbevolking, onveiligheid, hoge werkloosheid, slechte drinkwatervoorziening en volksgezondheid en gebrek aan riolering.

8. Het ontwikkelen van een wereldwijde samenwerking voor ontwikkeling

Een belangrijk onderdeel van de millenniumdoelen is het besef dat de strijd tegen armoede er ťťn is van alle landen. Daarnaast zullen alle landen ervan profiteren als armoede wordt uitgebannen. Volgens de 'Millennium Declaration' moeten ontwikkelingslanden blijven werken aan een sterke economie om hun eigen ontwikkeling te garanderen. Ontwikkelde landen zullen de armere landen helpen met handel, kwijtschelding van schulden en giften.

In de huidige situatie bestaat hulp aan de armste landen vooral uit giften en hulp aan de rijkere arme landen vooral uit handel. Een steeds belangrijke bron van hulp wordt gevormd door migranten in ontwikkelde landen die geld sturen naar hun land van herkomst. Eťn van de adviezen van de Verenigde Naties is om 0,7% van het nationale inkomen te gebruiken voor hulp aan ontwikkelingslanden, slechts vijf landen voldoen daaraan, dit zijn Denemarken, Nederland, Luxemburg, Noorwegen en Zweden. Daarnaast gaat een groot deel van de hulp naar hulp bij de schuldenlasten, vaak is dit het geval bij landen die schulden al niet meer terugbetalen. Zodoende heeft die hulp geen directe invloed op het terugdringen van armoede.

Een ander belangrijk aspect van dit millenniumdoel is het aanmoedigen van eerlijke en vrije handel. Dit betekent dat importheffingen op goederen uit ontwikkelingslanden moeten worden opgeheven. Deze importheffingen zijn het laatste decennium vrijwel onveranderd gebleven. Daarnaast lijdden ontwikkelingslanden onder de subsidies die rijke landen geven aan hun landbouwers. Vaak vormen landbouwproducten de belangrijkste exportproducten voor een ontwikkelingsland.

De digitale kloof tussen rijke en arme landen is ook een punt van aandacht. Terwijl in rijkere landen een zeer groot deel van de bevolking toegang heeft tot internet of een mobiele telefoon heeft, is dit in arme landen zeker niet het geval. De spreiding van telefonie, computers en internet neemt wel toe in ontwikkelingslanden, maar zij lopen nog ver achter ten opzichte van rijke landen. Slechts ongeveer 5% van de mensen in ontwikkelingslanden heeft toegang tot internet. Het beschikbaar maken van (nieuwe) technologie aan armere landen is dus ook een belangrijk aspect van de millenniumdoelen.

Nederland en de millenniumdoelen

In Nederland zet het Nederlands Platform Millenniumdoelen zich in voor het behalen van de millenniumdoelen. Met een campagne 'Maak het waar' wil het de Nederlandse regering aanmoedigen om zich maximaal in te zetten voor deze doelen. Het platform is een samenwerkingsverband van 45 verschillende organisaties zoals Cordaid en Oxfam Novib. Deze organisaties zijn veelal zelf ook actief om ťťn of meerdere van de millenniumdoelen te behalen.

Daarnaast moet er ook in Nederland zelf aandacht worden geschonken aan sommige millenniumdoelen. Met name op het gebied van duurzame ontwikkeling valt in Nederland vooruitgang te boeken. Daarnaast stijgt het aantal met HIV besmette mensen ook in Nederland, in 2004 waren er naar schatting 16 tot 23 duizend Nederlanders besmet met HIV.

 

terug